Op donderdag 16 juni togen Tilly en Joke naar Gemert. Je denkt meteen dat het dan moet gaan over dialect. Dat is correct. Deze keer stond de streektaal in relatie tot het industrieel erfgoed en was Jos Swanenberg de man die de avondbijeenkomst leidde.

Joke maakte er een artikeltje van en Tilly voorzag dat van foto's. 

boerenbondmuseum 3Op uitnodiging van Erfgoed Brabant hebben Tilly Wijnen en Joke Peels van de werkgroep Tongval deelgenomen aan een 'Symposium Streektaal en Industrieel Erfgoed'.

Dit werd gehouden op 16 juni 2011 in het Boerenbondmuseum in Gemert.

Erfgoed Brabant organiseert om de twee jaar een manifestatie: 'De Brabantse Erfgoed Biënnale' kortweg BEB.

We worden verwelkomd door Jos Swanenberg, hoogleraar aan de universiteit van Tilburg en hij leidt op zijn bekende manier de sprekers in.

De eerste lezing wordt verzorgd door dhr. Piet Vos met als titel 'De vakterminologie van oude ambachten in Brabantse dialecten' deze avond toegespitst op de weverij.

boerenbondmuseum 2Vanaf de simpelste handweefgetouwen tot de latere gemechaniseerde getouwen rond de jaren ’50. De benamingen van de vele onderdelen eerst in het Nederlands, dat noemen ze tegenwoordig in de Standaardtaal (geen ABN) en daarna in de taal van de gewone man, op z’n Gimmerts. Dit alles is door de universiteit van Nijmegen vastgelegd.

De tweede lezing door dhr. Ad Otten over 'Skìrring èn inslàg, geschiedenis van de handweverij in Gemert'

Een gedreven verteller van de heemkundekring Gemert. Met, achter op een paar bierviltjes geschreven steekwoorden, nam hij ons mee door de geschiedenis van Gemert. De meeste en de beste handwevers kwamen uit Gemert! Soms werd Helmond genoemd maar er ging niets boven 'Gimmert'. Veel spreekwoorden had hij paraat op het gebied van weven. 'Iedere dag ’n drùi-jke is een hemdsmouw in het jaor' of 'Er moet garre op de klos' of 'De endjes àn mekaar kneupe'. Op een spiegel stonden ze opgeschreven.

boerenbondmuseum 1Bij de rondleiding door het wevershuisje hebben ze het ons in het echt laten zien. Bovendien toonde hij een originele 'rietbank' uit 1714. Een curieuze uitvinding uit die tijd om het 'riet' voor het weefgetouw te maken. De heemkundekring had dit antieke stuk gevonden op de zolder van het gemeentehuis. Hier was hij wel hil erreg friit meej.!! Ook kregen we het maken van de 'skirreng' te zien, ’n hels kerwèi-j. Latter zagen we hoe de wever er d’n inslag insloeg. Je zult dat de hele dag moeten doen. Maar het 'Brabants Bont' komt uit Gemert. Bij onze tocht naar het wevershuiske kwamen we langs de wasdraad waaraan de Jaegeronderbroeken, meej waspinnekes opgehangen, hingen te wapperen. Er was nog veel meer te zien.

Toen was het pauze.

De derde lezing door dhr. Eric Kolen 'Over puisten, aore en ’n hiep.' Dialectgebruik in Rooise ambachten.

Bij de meesten wel bekend van Omroep Brabant. Als onderwijzer jaren geleden begonnen met de kindertjes uit de eerste klas in Heeze. Hij sprak ze aan zoals ze thuis gewend waren, in het dialect. Zo sprak hij op deze avond ook zijn toehoorders aan. Of we wisten wa puisten, aore en ’n hiep war ? De eerste twee waren bij ons bekend, de laatste niet. Bleek een soort hakmes te zijn! Toen kwam er een uiteenzetting hoe hij in Rooi (St. Oedenrode) onderzoek had gedaan naar het dialect behorende bij de verschillende ambachten. Onderzoek naar het R.C.E. d.w.z. het Roois Cultureel Erfgoed.

Negen verschillende beroepen had hij hiervoor uitgekozen, zoals boer\boerin, arbeider, huisartsenechtpaar, kunstenaar, klompenmaker, booi\koster, non, hoepelmaker en een kasteleinsechtpaar. Vele handige tips had hij hoe te interviewen. Te werken volgens een bepaalde methode en jezelf de vraag stellen, wat wil je vastleggen? Om te beginnen moet je eerst de mensen op hun gemak stellen. Veel mensen hebben moeite met een microfoon. Later nog een keer terug gaan met opname-apparatuur en bv. een scanner voor eventuele foto’s of documenten. Dit laatste kan dan ter plekke gebeuren. We hebben weer veel gehoord, gezien en geleerd. Goed voor ons 'Periodiekske'.

Tilly Wijnen-Firet en Joke Peels-Mollen
Valkenswaard, 18 juni 2011