Lang naar uitgekeken

Naar “het Haagje van het Zuiden”.
Zo omschreven ze Breda in de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Vol verwachting richting West-Brabant. Het land van “’n ondje in ’n okje” en van “hengelen in d’n emel”.
In februari al slaapplaatsen geregeld voor ons vijven, Mientje, Zus, Jeanne, Francien en Joke. Ieder jaar weer een verrassing waar we terecht zullen komen. Midden in de stad Breda.
Vier van ons deze keer bij een zeer speciale, sociale, diep over het leven nadenkende mevrouw. We werden in de watten gelegd.
Mientje en Joke bij haar en Francien en Zus bij de buurman. Een ontbijt om van te watertanden, dat hadden wij nodig, vond ze. Jeanne had onderdak in het Ginneken, waar ze ook zeer welkom was. Vlakbij speelde zich van alles af op de tweede dag.

Woensdagavond 7 augustus aangekomen werden we door onze mevrouw Yvonne de kortste weg gewezen naar de KMA (Koninklijke Militaire Academie). Jammer dat het regende, de hele binnenstad leek uitgestorven.
Met ’n trappistje en een wijntje hebben we de heemdagen ingewijd. Op tijd naar bed! Er zouden nog vermoeiende dagen volgen.

De eerste dag 

Donderdagmorgen werden we aan de poort van de KMA verwelkomd door een strenge militair, met paspoort in de hand werden we gecontroleerd binnen gelaten. Prachtig zoals dit kasteeltje gelegen is. Helemaal militair terrein, niet bedoeld voor het gewone volk. Schitterend onderhouden.
Twee trappen hoog werden we door het bestuur van Engelbrecht van Nassau ontvangen met koffie of thee met een heerlijk petitfourtje. Vele bekenden werden weer begroet met “fijn dat je er weer bent, leuk om je te zien”.
Het programmaboekje, de deelnemerslijst en de papieren voor “de Bram van Brabant” hadden we bij binnenkomen ontvangen.

Om klokslag 9.00 uur werden we welkom geheten door de vervangend Gouverneur van de NLDA (vroeger de KMA, Koninklijke Militaire Academie, sinds 2005 wordt het de Nederlandse Defensie Academie genoemd). Dit alles met militaire precisie. 

Dan overdracht van het vaandel en aanbieden van het herdenkingsschildje door de heemkundekring van Willemstad. Ons schildje hangt ook nog steeds te schitteren aan de schelleboom !
Hierna volgde een lezing in die prachtige zaal door Boudewijn van Calseijde over de Nassau’s. Er werd met vele namen en jaartallen gesmeten. Als je dat allemaal wilde bijhouden moest je steno kennen. Na de koffiepauze werden we rondgeleid door en rondom het kasteel. Verhalen over de verschillende bewoners, wie wat gebouwd en wie wat weer afgebroken had!
Aanschouwelijk werd hoe, met het binnenkomen van het Turfschip, de Spanjaarden werden verslagen. Niet door het Spanjaardsgat, zoals iedereen denkt, maar helemaal aan de andere kant van het kasteel.
Het “Voske” staat er als aandenken. Verder werd verteld hoe Hendrik III het op een akkoordje gooide met de Begijnen om zijn Lusthof (het huidige Valkenberg) te kunnen verwezelijken. 

Moe geluisterd was het tijd voor de lunch in de grote zuilenzaal van het kasteel. Gezellig met de vrienden uit Elshout, uit St.-Oedenrode, uit Gemert, uit Baarle Nassau, Oss, Cranendonck en Nuenen om er maar een paar te noemen. Er moet dan weer veel bijgekletst worden. 

Intussen is het 13.30 uur geworden en tijd voor een bezoek aan de Grote of O.L.V.-kerk met het mausoleum van de Nassau’s. Helemaal gerestaureerd; indrukwekkend zijn de verhalen. Daarna, in vier groepen verdeeld, werden we door de binnenstad van Breda geleid door de gidsen van Gilde de Baronie voor een Nassauwandeling. De Nassau’s hebben wel hun sporen nagelaten.  Op hoge hakken zou deze wandeling een penitentie zijn geweest. Na een koffiestop nog tot rond vijf uur op de kuierlatten en dan tijd om een terrasje op te zoeken. Ze zeggen altijd: “je krijgt weer naar je verdiend hebt”. Het was dus een stralende dag! Lekker zonnig na de hittegolf van voorgaande weken.

Rond zes uur werden we verwacht in de St. Annastraat voor het diner. Een leuke gelegenheid, maar een beetje aan de krappe kant. Erg vol en een laag plafond, moeilijk om verstaanbaar te zijn. Maar het warm en koud buffet ging er in als koek.
Aan degenen die 20 of 30 jaar meegingen werd een medaille uitgereikt. Tot slot werden we onderhouden door de twee wereldberoemde Emeriti-Paoters Terrepetijn OW en Sjaggerijn OH van het KTI (Kielegats Taole Instetuut). We kregen ter ondersteuning allemaal hun boekje “Tweej Kul”. Het was nodig, want ’t “Bredao’s” is wel iets anders dan het “Valkeswirds”. Je moet wel heel goed luisteren.
De antwoorden op de vragen voor "d’n Bram" hadden we onder het eten al ingeleverd.  Rond een uur of tien was het afgelopen. Enkele jaren geleden wilden we nog wel eens doorzakken tot in de kleine uurtjes, maar dat is verleden tijd. Sund! Jeanne ging met de bus en wij te voet naar huis. Op de rand van het bed hebben we nog wat commentaar geleverd op het verloop van de dag.

De tweede dag

Min of meer goed geslapen, met en zonder hond. Half zeven waren we weer uit de veren. Na een voortreffelijk ontbijt op weg naar “De Sprint”, een sportcomplex aan de rand van het Mastbos. Deze keer met de auto, met tomtom, dwars door Breda.
Na vijf minuten waren we de weg al kwijt. Zaten op de verkeerde weg. Een galante politieman wees ons de goede richting. (Een afslag te vroeg, meer niet!) Toen waren we er zo. Onze huurfietsen stonden al klaar, werden keurig op maat gesteld en we konden weer aan de koffie.
Met behoorlijke tussenpauzes vertrokken de vier groepen. Wij waren de laatsten. Een pittige tante zou ons voorgaan, zou uitleg geven en ons al het moois tonen. Volgens ons had ze nog nooit heemdagen meegemaakt, of nog nooit met een groep gefietst. Ze vergat wel eens om om te kijken of alles wel volgde. Ze hield zich strikt aan het tijdschema. Jammer, want je mist teveel.
Rondkijken schiet erbij in, je moet teveel op het fietspad letten. Dwars door het Mastbos ging de route. Prachtige lanen, met afbuigende smalle fietspaden. Maar we hebben toch genoten, de zon scheen weer en het was een prachtige omgeving.

Het kasteel van Bouvigne hebben we uitgebreid bezocht, binnen van boven naar beneden en buiten o.a. de Engelse-, Franse- en Duitsetuin. Tegenwoordig een gewilde trouwlocatie. Ook hier stond weer koffie klaar. Toen opnieuw op de pedalen, want de tocht zou ruim dertig kilometer worden. Onderweg uitleg over de aanleg van het Mastbos in de 16de eeuw door de Heren van Nassau. Hectaren groot. Tot de huidige verandering in het gebruik als recreatiebos. 
Rond één uur, óp naar de gesmeerde broodjes, appel of sinaasappel en tijd voor een sanitaire stop. Hier ontmoeten we Kees Leijten, jarenlang medeheemkampganger.
Verder door de landerijen, we passeren een stukje van Chaam en komen dan in Ulvenhout bij het Heemkundemuseum “Paulus van Daesdonck”. Daar was veel te zien in de uit 1903 ingerichte boerderij. Van de zolder tot de kelder. Onze gids had het ontstaan van het Prinsenbos verteld, door wie geplant en hoe groot. De Nassau’s hebben in en rond Breda zich duidelijk bezig gehouden.
Op een afstandje hebben we “Annaville” bekeken. Hier had vlak na de Bevrijding Prins Bernhard zijn hoofdkwartier in en tot mei 1945 woonde er de toenmalige koningin Wilhelmina. Nu is het particulier bezit. Koetshuis, schuur en stallen zijn bewaard gebleven. Een laatste uitleg kregen we, staande op een kruising van bospaden, over het landjepik van Hendrik en het daarvoor afsnijden van een bestaande weg  voor de aanleg van zijn bos. Zo zie je maar waar geld en dus macht toe in staat is.
Hierna opweg naar het sportcentrum. Na het inleveren van de fietsen was het bijna vijf uur geworden. Rond half zes zaten we aan ons welverdiend aperitiefje. Het warm en koud buffet was weer uitzonderlijk lekker. Goed dat er maar eens per jaar heemdagen zijn. Die weegschaal!

Tot slot was er het optreden van twee zangers “Puur Natuur”. Troubadoers zou ik ze willen noemen. We hebben er van genoten. Behalve veel informatie over Breda kregen we bij het inleveren van onze badge ieder een fietsrouteboekje  door West-Brabant: “Weg van de turf”.

Dan, nog helemaal tot slot, de uitreiking van “De Bram van Brabant”. En wie had de eerste prijs? Mientje! Een kristallen Bram en een prachtig boek over ‘De Nassau’s”.
Niettegenstaande de (enkele) kritische opmerkingen waren het heerlijke heemdagen. Wij hebben er van genoten.

Veel dank aan de Heemkundekring Breda “Engelbrecht van Nassau”.

Mientje, Zus, Jeanne, Francien en Joke
Valkenswaard, 11 augustus 2013